Bloemencorso LichtenvoordeCorsokids Lichtenvoorde

14 september 2008 -

  Home   -   Nieuws   -   Algemene Informatie   -   Bloemencorso Lichtenvoorde   -   Corsowagens en uitslagen   -   Sponsoren   -   Shop   -   Links   -   Contact
U bent hier: Skip Navigation LinksHome - Algemene Informatie - Historie
Belangrijke data
Corsopromotie film
Kaartverkoop en prijzen
Corso arrangementen
Tentoonstelling
Routebeschrijving en parkeren
Corsoradio
Historie
Bloemen













Historie van het Bloemencorso
Op 5 september 1898, de dag waarop Wilhelmina tot koningin werd gekroond, werden door het gehele land festiviteiten georganiseerd. Omdat Lichtenvoorde op die datum altijd haar kermis vierde, wilde men dit grootst aan pakken. Of het de eerste keer is geweest dat er een bloemencorso werd gehouden is verder niet bekend, maar getuige de foto heeft er dat jaar in Lichtenvoorde wel een corso rondgetrokken. Eigenlijk bestaat dus ons corso al veel langer dan 75 jaar, maar was het nog geen jaarlijks terugkerende gebeurtenis.

Kermiscomité
Rond 1910 is er voor het eerst sprake van een kermiscomité, die de taak had ieder jaar een kermis te organiseren. In 1912 is er sprake van een serieus bloemencorso tevens werd tijdens de kermis het konings schieten georganiseerd. Dit gebruik dateert in Lichtenvoorde al steeds 1875 beide evenementen werden door het zelfde kermiscomité georganiseerd. Door de crisis rond de Eerste Wereldoorlog werden groot schallige feesten zoals kermissen afgelast. In 1919 werd het Vredesfeest in Lichtenvoorde gevierd geen bloemencorso maar erebogen werden er gebouwd door de verschillende buurten. Vanaf 1926 kent Lichtenvoorde een jaarlijks terug kerend bloemencorso echter was dit meer een optocht voor het weg brengen van de vogel. Het konings schieten bleef het belangrijkste onderdeel van de kermis. In 1929 kwam hier verandering in toen de schutterij en het kermiscomité door de Raad van Beheer in twee verschillende verenigingen werden opgedeeld. De Raad van Beheer bestond uit enkele notabelen die er voor zorgde dat financieel als goed geregeld was. Het kermiscomité werd verantwoordelijk voor het bloemencorso en het organiseren van de kermis, en de nieuwe Schutterij werd verantwoordelijk voor het konings schieten tijdens de kermis. De optochten in die jaren kunnen maar moeilijk met de tegenwoordige bloemencorso’s worden vergeleken. Het kwam maar sporadisch voor dat er een bloemenwagen mee deed of dat er dahlia’s werden verwerkt op de wagen. Er werd voornamelijk heide en verschillende soorten gras gebruikt. Aan de hand van bewaard gebleven foto’s blijkt ook dat de wagens niet veel groter waren dan een onderstel van een kinderwagen of bolderkar.


Oorlog
Op 1 september 1939 kwam Nederland in staat van Oorlog en daar door werden alle feesten verboden het zou tot 1945 duren voor er weer een bloemencorso door de straten van Lichtenvoorde zou trekken.
In 1945 stond het corso in het teken van de bevrijding dit werd met een grote optocht gevierd. Ook het corso van 1946 was groots men vierde dat Lichtenvoorde 1000 jaar bestond. Na deze twee grote optochten kwam het verval en telde de optocht van 1947 nog maar vier deelnemers. Het kermiscomité was toe aan vernieuwing de oude garde zat al veel te lang in het zadel.


Jaren vijftig
De jaren vijftig kenmerken zich door vele veranderingen wat betreft het corso. In de begin jaren van het corso bestonden de wagens vooral uit fietsen en karren versierd met heideplanten, bloemen en grasplaggen. Het corso heeft deze vorm gehouden tot 1957. Vanaf toen is vastgelegd dat de wagens zoveel mogelijk moesten worden beplakt met dahlia’s. Er is toentertijd gekozen voor dahlia’s, omdat deze bloemen vaak te vinden waren in tuinen rondom boerderijenen. Daarnaast komen dahlia’s eind augustus en september tot volle bloei en is de vorm zeer geschikt voor het beplakken van wagens om iets uit te beelden. In de beginjaren gingen de wagenbouwers de huizen en boerderijen langs om te vragen of ze dahlia’s mochten plukken voor het corso. Wanneer nodig werden zelfs ‘s nachts de tuinen afgestruind en werden de bloemen illegaal geplukt. In deze beginperiode werden de dahlia’s nog met steel en al op de wagen verwerkt en in een geraamte van gaas gestoken. Ook gebruikte men wel stijfsel dat als een soort plaksel werd gebruikt. Als dit niet voorhanden was werd ook wel honing gebruikt. Dit bracht met zich mee dat er bij mooi weer veel bijen rond de wagen zwermden. Het corso bestond indertijd uit ongeveer tien wagens die werden getrokken met de hand en naarmate de wagens groter werden, door paarden. Het was een vaste kern, de wagenbouwers uit die tijd; Lichtenvoordse families, buurten en vriendengroepen. Figuratie op de wagen was in die tijd heel gewoon: bijna elke wagen was wel uitgevoerd met levende taferelen van bloemenkoninginnen tot kinderen in lederhozen toe.

Gestage groei
In de loop van de jaren vijftig en zestig groeiden de wagens van het dahliacorso Lichtenvoorde gestaag in aantal en omvang. Het corso bleef echter regionaal van aard en was gericht op eigen publiek en eigen vermaak.
In deze jaren nam ook de welvaart meer toe. Steeds meer mensen hadden een auto en geld om op vakantie te gaan of om dagtripjes te maken. Lichtenvoorde beschouwde deze dagjesmensen als een nieuw publiek voor het bloemencorso. Begin jaren zestig werden de wagenbouwers steeds fanatieker, waardoor ook de dahliakweek goed op gang kwam. Overal in de omgeving werden bloemencorso’s gehouden en de vraag naar bloemen werd steeds groter. Het kwam wel eens voor dat een boer, die een groot aantal dahlia’s had, zijn bloemen wel aan drie verschillende wagenbouwers verkocht. De wagenbouwer die er het meeste voor bood kreeg uiteindelijk de bloemen. Vaak werden deze afspraken ruim voor het corso gemaakt. Men moest dan maar zien of de bloemen op de dag van de pluk nog wel op het land stonden of dat de concurrentie ze niet ‘s nacht al had geplukt. Men was dan ook nooit zeker van voldoende bloemen.

De concurrentie tussen de wagenbouwersgroepen was groot. In die tijd stond men soms zelfs met geweren op het erf om nieuwsgierigen te weren en de ramen van de schuur waar de wagen werd gebouwd waren dichtgeplakt. Enkele van deze wagenbouwersgroepen zijn in het tegenwoordige corso nog steeds actief.

Jaren zeventig
Begin jaren zeventig kreeg het bloemencorso gemeentelijke subsidie, die de groei van het corso stimuleerde. Nieuwe groepen meldden zich aan en de vraag naar dahlia’s werd steeds groter. Om hierin te voorzien werd in 1973 de zogeheten bloemencommissie opgericht. De ruilhandel met corsoplaatsen als o.a Zundert, Winterwijk, Beltrum, Rekken, Varsseveld en St. Jansklooster werd door deze commissie georganiseerd. De bloemencommissie was oorspronkelijk een onderdeel van het kermiscomité. In 1979 is echter uit financieel en organisatorisch oogpunt besloten de beide organisaties als aparte stichtingen in te schrijven bij de Kamer van Koophandel, respectievelijk als Stichting bloemencorso en Stichting kermiscomité. Er is echter nog steeds sprake van één bestuur. Om het corso onder de aandacht van het publiek te brengen moest het meer bekendheid krijgen. Daaraan werkte men in de jaren zeventig door het plaatsen van advertenties in regionale bladen en de verspreiding van programmaboekjes.

Jaren tachtig
De jaren tachtig kenmerkten zich vooral door het record-aantal deelnemers, dat in 1982 tot 28 was gestegen. Het bracht de gemeente en het kermiscomité in verlegenheid, aangezien de subsidie gestoeld was op 25 wagens. Gelukkig wist men daar een mouw aan te passen en het probleem loste zich in 1987 vanzelf op toen het aantal gedaald was tot 24 en het maximale aantal werd gesteld op 25. Daarin konden beide partijen zich vinden. Begin jaren tachtig zien we een trend ontstaan waaraan Lichtenvoorde zijn goede naam heeft te danken: het zogenaamde knipwerk en de uitbeelding in mozaiék bleken bij de wagenbouwers enorm te scoren. Ook de jury ging in deze trend mee, want van de wagens die hoog in het klassement eindigden, waren er nogal wat die knipwerk hadden uitgebeeld. De jury bestond uit achttien mensen alleen uit Lichtenvoorde afkomstig, en was ieder jaar op dezelfde wijze samengesteld. Een van de juryleden was de burgemeester van Lichtenvoorde. Waren het in de jaren dertig alleen nog maar notabelen die in de jury plaats mochten nemen, inmiddels kwamen ze uit alle lagen van de bevolking. Sommigen waren niet specifiek deskundig op corsogebied. En daarom zijn in de jaren tachtig incidenteel deskundigen van buitenaf aangetrokken voor de jurering. De beoordeling door deze deskundigen bleek evenwel geen verschil op te leveren bij de prijstoekenning, zodat men terugviel op de oude samenstelling. In 1986 kwam corsogroep ‘t Hooiland met een nieuwe trend. Met de wagen Mississippi werd de weg van de grootschaligheid ingeslagen. Eind jaren tachtig werden showorkesten en straattheater toegevoegd aan het corso. Dat het publiek dit wist te waarderen was op te maken uit het bezoekersaantal dat van 40.000 begin jaren tachtig uitgroeide na 70.000 eind jaren tachtig. Ondanks dat men vanaf 1983 tot 1987 regen had, bleef het aantal toeschouwers groeien. Sommige regionale kranten hadden het in die tijd zelfs over 80 tot 90.000 belangstellenden, een aantal dat insiders onwaarschijnlijk hoog voorkwam. Deze groei van het aantal toeschouwers is natuurlijk ook te danken aan een goede p.r. door de kranten, maar daarnaast zijn radio en tv in de loop der tijd in deze een belangrijke rol gaan spelen. Net zoals de komst van de commissaris der koningin, eerst Geertsema en later zijn opvolger De Bruijne, dat ook publiciteit met zich meebracht. De grootschaligheid had ook een negatieve kant: enkele groepen konden de vooruitgang niet bijbenen en moesten noodgedwongen stoppen. Ook het knipwerk en mozaïeken werden minder aangewend, omdat ze tijdrovend waren. Aan de vormgeving van de wagen werd steeds meer aandacht besteed. Eind jaren tachtig waren de platbodems compleet verdwenen.

Dynamische optocht
Het bloemencorso van Lichtenvoorde maakte in de periode 1990 tot 2004 een enorme ontwikkeling door. Van een toch wel statische werd de optocht een zeer dynamische gebeuren. De terugkeer van het fenomeen figuranten in 1994, die nu niet, zoals in de jaren zeventig, alleen maar op de wagen zitten of stilstaan, maar wel degelijk een rol spelen bij de uitbeelding van het onderwerp, is een groot succes. Ook de komst van de showorkesten in de optocht gaf de stoet nieuwe charme en zorgde voor een duidelijke toename van het aantal toeschouwers. De verhuizing naar het nieuwe juryterrein, tevens tentoonstellingsterrein, aan de Ds. van Krevelenstraat in 1996, was een gouden greep. Er was daar veel meer ruimte voor de wagens, de belichting kon beter worden opgesteld en er is hier natuurlijk veel meer plaats voor het publiek dat ’s avonds de wagens komt bekijken dan destijds aan het Mr. Kuijpersplein. De optocht die tot begin jaren negentig nog een weg zocht door het centrum, ging in de tijd waarover we het hier nu hebben een meer omtrekkende beweging maken. Ruimere wegen, dus nauwelijks nog geheister bij het manoeuvreren door de bochten, en de mogelijkheid van grotere wagens.

Dat als maar ‘groter groeien’ van de wagens bracht overigens wel met zich mee dat sommige groepen het gevoel kregen het niet meer bij te kunnen benen. Deden in 1990 nog 23 wagens mee, in 2003 was het aantal 21. Geen alarmerende teruggang, maar tóch. Het is wel zaak dat de verschillen qua omvang niet te groot worden en daardoor de drempel niet te hoog voor nieuwe groepen, die vrezen dat ze de verwachting niet waar kunnen maken. Ook de jurering onderging de laatste jaren enkele veranderingen. Zo werd er in 1992 voor het laatst een tweede prijs uitgeloofd en ging men werken met nog alleen maar een eerste prijs. Toen rond 1994 de figuratie opnieuw deel ging uitmaken van het schouwspel, wist men daar in eerste instantie niet goed raad mee. Figuratie kan bestaan uit muziek in de wagen of levende figuren erop of ernaast.

Figuratie
Vanaf 2000 is figuratie toegestaan, mits het functioneel is binnen het onderwerp. Daarmee is die nieuwe ontwikkeling ‘legaal’ geworden. Maar: moest je dit onderdeel nu wèl of niet meenemen bij de totale indruk. De discussie duurde een paar jaar en in 2003 werd een heel nieuw jurysysteem ingevoerd. Het oude, dat dateerde van 1973, met beoordeling van de vijf facetten: idee, vormgeving, bloemschakering, afwerking en totale indruk, ging overboord. Ook de samenstelling van de jury werd onderwerp van discussie. Zij zou uit meer deskundigen moeten bestaan. Al kun je je afvragen of je degenen die al meer dan twintig jaar jurylid zijn, niet deskundig zou mogen noemen… Gedacht werd aan kunstenaars en juryleden uit andere corsoplaatsen. Zó werd besloten en daarmee kwam aan de oude traditie dat alleen inwoners van Lichtenvoorde in de jury mochten zitten, na 74 jaar een einde. Nieuw was ook de invoering van de zogenoemde figuratieprijs. Hiervoor werd een speciale jury aangesteld. Dan speelde nog het heikele punt van het gebruik van alternatieve materialen. Doordat er de laatste jaren een paar maal sprake was geweest van bloemenschaarste, werd de discussie meer opportuun. De ene groep vond het gebruik van ander materiaal een uitkomst en zag er juist extra mogelijkheden in, voor de andere groep was het een nachtmerrie: niet willen, maar niet anders kúnnen. En zo werd sinds 2000 een felle strijd gevoerd. En al lag de democratische beslissing voor de hand – immers 10 procent was vóór, 90 procent tegen – men wilde geen bakzeil halen. De voorstanders kregen in 2003 de natuur op hun hand: door de hoge temperaturen, door bloemenschaarste dus, werd het gebruik van alternatief materiaal welhaast een must, een escape. Maar ondanks dat de Stichting bloemencorso bepalingen heeft gemaakt ter versoepeling van het gebruik van alternatief materiaal, blijkt ook zij steeds toch weer moeite te hebben met de opgestelde regels. Want zoveel is zeker: het Lichtenvoordse corso moet wel vooral een bloemencorso blijven. Immers dáármee kregen we die landelijke bekendheid. Het laatste woord over het wel of niet gebruik van alternatieve materialen zal voorlopig stellig nog niet gezegd zijn….
Meer weten?
Wil je nog veel meer weten over het ontstaan en de geschiedenis van het Lichtenvoordse bloemencorso bestel dan het boek over 75 jaar bloemencorso bij de Stichting Bloemencorso: "Een bloeiend spektakel".

Het is een naslagwerk van meer dan 250 bladzijden en honderden foto’s. Het boek beschrijft de geschiedenis van 75 jaar bloemencorso in Lichtenvoorde. Het boek is een perfecte weergave van de geschiedenis van het corso, met veel leuke en interessante uitspraken van gerenommeerde wagenbouwers. Het boek is voor iedere corso-liefhebber en Lichtenvoordenaar een must om hem te hebben.

Het boek is te koop in onze shop

Het bestuur van stichting bloemencorso wenst u veel leesplezier.